Vrouwenvoetbal

Vorige week werd de Nederlandsche voetbalgeschiedenis verrijkt met een nieuw hoofdstuk. In Twente voetbalden voor het eerst twee clubteams in competitieverband; de start van de Eredivisie voor vrouwen. Na een heuse openingsceremonie, waarbij de zes clubs die dit jaar de strijd met elkaar aangaan zich voorstelden, won Heerenveen van FC Twente. Toch was er ook bij Twente reden voor een feestje, het eerste doelpunt werd gescoord door een speelster van deze club: Marieke van Ottele.

Vrouwen voetballen al zo lang als het spelletje bestaat. Lange tijd zijn competities echter ondenkbaar geweest. In 1921 werd het Engelse vrouwen zelfs verboden nog te voetballen omdat het onsmakelijk zou zijn. Vijftig jaar later werd dit verbod opgegeven, waarna het vrouwenvoetbal langzaam maar zeker steeds professioneler werd.

Deze professionalisering begon met de oprichting van de Women’s Football Association, de voetbalbond voor vrouwen. Na de introductie van vrouwelijke voetbalprofs in Italië en de start van een competitie in Japan gingen de ontwikkelingen snel. Steeds meer landen startten een professionele competitie, er ontstonden landenteams, -toernooien en het vrouwenvoetbal werd zelfs een Olympische discipline. Toch heeft het tot 2007 geduurd eer ook in Nederland een professionele vrouwencompetitie van start ging.

De start van zo’n nieuwe competitie is natuurlijk een interessant onderwerp voor de verschillende media. Na het eerste doelpunt kunnen we nog veel meer sensationele televisie-items verwachten, zoals de eerste rode kaart, de eerste blessure, de eerste vrouwenvoetbalhooligan en natuurlijk de eerste kampioen. Op het moment hoeft het vrouwenvoetbal dan ook niet te klagen over aandacht, de vraag is echter of dit zo blijft.

Door veel Nederlanders wordt erg laatdunkend gedaan over het vrouwenvoetbal. Zo verklaarde Johan Derksen, op grove wijze, dat hét voetbaltijdschrift van Nederland geen aandacht zou gaan besteden aan de jongste competitie en verwoordde Jeroen Pauw de mening van menig man door te stellen dat vrouwenvoetbal niet leuk is om naar te kijken. Toegegeven, het spel gaat minder snel en is, door de beperkte professionalisering, van een mindere kwaliteit dan de eredivisie voor mannen, maar waarom zou het hierdoor minder voorstellen? Uiteindelijk draait het om hetzelfde: mensen die willen winnen en hiervoor hun talenten zo goed mogelijk inzetten.

Om de laatdunkende houding weg te nemen zou het goed zijn als het Nederlandse vrouwenvoetbal een mannelijke ambassadeur had. Dit moet ook Henk Spaan gedacht hebben, toen hij begon aan het schrijven van een boek over onder andere het trainen van een meisjeselftal. Al met al is het niet zo’n gek idee, een van Nederlands bekendste voetbaljournalisten als vertegenwoordiger en natuurlijk hoofdredacteur van ‘Zacht Gras, hét voetbaltijdschrift voor vrouwen’.

Met al deze nieuwe ontwikkelingen lijkt het cliché omtrent buitenspel in combinatie met vrouwen te verdwijnen. Hoewel, vanwege de verjaardag van mijn vriendin zat ik zaterdag niet bij NAC op de tribune, maar in een restaurant in het centrum van Breda. Tsja, er zijn ook nog vrouwen die geen verstand hebben van voetbal. En dat is maar goed ook, want ik heb heerlijk gegeten!

Reageer