Er is de afgelopen anderhalf jaar al veel over gezegd en geschreven: het voetbal op Talpa Tien. Waar de voetballiefhebber vroeger nog bediend werd met degelijke samenvattingen en mooie reportages, maakt nu de commercie de dienst uit. Een avondje eredivisievoetbal ziet er in 2007 ongeveer als volgt uit: reclames, Wilfred Genee die zich verspreekt, een beetje voetbal en Wilfred Genee die zich nog eens verspreekt. Daarna weer reclames, een heel klein beetje voetbal (want: geen topclub), een magere analyse van Ruud Gullit of Jan van Halst, een brutale opmerking van Jan Mulder en vooruit, nog maar wat reclames. En dat gaat dan door van zeven uur ’s avonds tot na middernacht.
Vanaf dit seizoen wordt ook het bekervoetbal door de zender van John de Mol uitgezonden. Het is in dit bekervoetbal dat we vaak de mooiste wedstrijden zien. Oog om oog, tand om tand. Clubs die in de competitie in uitzichtloze positie verkeren of toch nooit kampioen zullen worden, krijgen ineens vleugels omdat er een prijs te pakken valt. Men gaat tot het uiterste, duels worden op het scherpst van de snede uitgevochten en wedstrijden eindigen vaak met verrassende uitslagen.
Zo niet bij Talpa Tien. Gisteren stonden er weer een aantal mooie bekerwedstrijden op het programma. Twee clubs uit de onderste regionen, Sparta en RKC Waalwijk, moesten samen uitmaken wie naar de kwartfinales mocht. RBC, dat vorig jaar degradeerde, mocht tegen het ‘grote’ Utrecht proberen diezelfde kwartfinales te bereiken. En de nummer vijf en zeven van de competitie, FC Twente en NAC, streden tegen elkaar in Enschede. Het beloofde een mooie avond te worden.
Maar helaas, John de Mol besloot anders. En dus kregen we geen bekervoetbal te zien, maar een waardeloze wedstrijd, waarvan de uitslag vóór het eerste fluitsignaal al vaststond. Want Ajax speelde ook, tegen Haarlem. En John de Mol? Die is nou eenmaal voor Ajax.