Zojuist las ik de recensie van Max Pam over Tirza. Meteen vroeg ik mij af of dhr. Pam dit meersterstuk van Arnon Grunberg wel helemaal gelezen heeft. Echter: als je van plan bent Tirza binnenkort te gaan lezen kun je beter later terugkomen om mijn kritiek te lezen, daar het voornamelijk gaat om het oordeel van de recensent over de laatste paar hoofdstukken, en hierdoor over een belangrijk deel van de plot van het boek.
De reden dat ik mij bovengenoemde vraag stelde was onderstaande passage uit de recensie:
“Het slot van Tirza is naar mijn gevoel niet het sterkste deel van het boek. Ook in de woestijn van Nambië loopt Jörgen Hofmeester vergezeld door een jong Zuidafrikaans zwerfmeisje – weer in zeven sloten tegelijk. Tot hij van zijn echtgenote het telefoontje krijgt dat Tirza is terecht is en dat hij onmiddellijk naar huis moet komen. Het lijkt mij in die situatie onwaarschijnlijk dat de vader niet even vraagt wat er nou precies met zijn dochter aan de hand is. In de roman doet hij dat niet en keert hij halsoverkop terug, het Zuidafrikaanse zwerfmeisje verweesd achterlatend. Dat hij daarmee ook achterlaat wat hij eigenlijk zoekt, dringt niet tot Hofmeester door. De Van Eeghenstraat binnenrijdend, kan hij nog net zien dat de journalisten voor zijn huis staan.”
Het is, beste meneer Pam, helemaal niet onwaarschijnlijk dat de vader “niet even vraagt wat er nou precies met zijn dochter aan de hand is”, daar hij zelf, althans in zijn eigen beleving, schuldig is aan het tragische lot van zijn eigen dochter. Dit maakt ook dat de hoofdpersoon van deze roman aan het eind van het boek niet meer de loser is die hij gedurende 400 bladzijden is geweest, maar een ‘dapper’ man die bereid is de gevolgen van zijn gruweldaad te dragen. Hij had immers zonder problemen in de Namibische woestijn kunnen blijven met Kaïsa. Het is prachtig om te lezen hoe Grunberg een vader wegzet die ziek is van liefde en tegelijkertijd keer op keer de verkeerde keuzes maakt.
Het feit dat Jörgen niet opgewacht wordt door de politie op de luchthaven geeft overigens wel te denken of zijn versie van het verhaal wel de juiste is. Hiermee laat de auteur het werkelijke lot van Tirza in het midden en de lezer achter met vragen waarop hij zelf een antwoord zal moeten vinden.
Tirza is goed gecomposeerd, netjes afgerond en volledig: een boek dat ik met veel plezier gelezen heb. Grunberg is zonder twijfel een van de grootste schrijvers van deze tijd. Het blijft verrassend hoe hij vreemde situaties tot in het absurde door weet te voeren op een manier die maakt dat het toch de normaalste zaak van de wereld lijkt. Ik kijk al uit naar zijn volgende roman, die hoogstwaarschijnlijk in 2008 zal verschijnen.